KKlaarVoorNL

A0 → A1 · Hoofdstuk 2

Wie ben jij?

Vertellen waar je vandaan komt, waar je woont en welke talen je spreekt.

Na dit hoofdstuk

  • Ik kan zeggen waar ik vandaan kom en waar ik woon.
  • Ik kan vragen stellen over iemand anders.
  • Ik kan zeggen welke talen ik spreek.

1Woorden

  • het landcountry
  • de stadcity
  • komen uitto come from
  • wonen into live in
  • sprekento speak
  • de taallanguage
  • de naamname
  • het adresaddress
  • getrouwdmarried
  • een beetjea little
  • waar? / wat? / wie?where? / what? / who?
  • Waar kom je vandaan?Where are you from?

2Grammatica: Werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Neem het werkwoord en haal -en weg: wonen → woon. Dat is de ‘stam’.

ik = stam (ik woon). jij, u, hij, zij = stam + t (jij woont). wij, jullie, zij = hele werkwoord (wij wonen).

In een vraag staat het werkwoord eerst. Bij ‘jij’ valt de -t dan weg: Woon jij in Utrecht?

persoonwonenspreken
ikwoonspreek
jij / jewoontspreekt
uwoontspreekt
hij / zijwoontspreekt
wij / wewonenspreken
julliewonenspreken
zij / zewonenspreken
  • Ik woon in Rotterdam.
  • Spreek jij Engels?
  • Waar woont u?

3Lezen: Dit is Yusuf

Dit is Yusuf. Hij komt uit Syrië. Hij woont nu in Rotterdam. Yusuf is getrouwd. Zijn vrouw heet Rana. Ze hebben twee kinderen. Yusuf spreekt Arabisch, Engels en een beetje Nederlands.
Vraag 1

Waar woont Yusuf?

Vraag 2

Welke taal spreekt Yusuf een beetje?

Vraag 3

Wie is Rana?

4Luisteren: Maria stelt zich voor

Maria stelt zich voor

Klik om het fragment te beluisteren

Je mag dit fragment nog 99 keer afspelen.

Vraag 1

Waar komt Maria vandaan?

Vraag 2

Hoe lang woont Maria in Eindhoven?

5Schrijven

Schrijf een paar zinnen over jezelf voor je nieuwe taalmaatje.

Schrijf over:

  • je naam
  • je land
  • je woonplaats
  • welke talen je spreekt

0 woorden · 15–50 nodig

6Spreken

Opdracht 1

Je nieuwe buurvrouw vraagt: ‘Waar kom je vandaan?’ Geef antwoord en stel dezelfde vraag terug.

Opdracht 2

Vertel waar je woont en welke talen je spreekt.

Hoofdstuktoets · 10 vragen · 15 minuten

Haal 7 van 10 goed

Start de toets