A0 → A1 · Hoofdstuk 1
Hallo!
Iemand begroeten, je naam zeggen en vragen hoe het gaat.
Na dit hoofdstuk
- Ik kan iemand begroeten en gedag zeggen.
- Ik kan zeggen hoe ik heet.
- Ik kan vragen hoe het met iemand gaat.
1Woorden
- hallo / hoihello / hi
- goedemorgengood morning
- goedemiddaggood afternoon
- goedenavondgood evening
- dag / doeibye
- tot ziensgoodbye (formal)
- tot straks / tot morgensee you later / see you tomorrow
- Hoe gaat het?How are you?
- Goed, dank je.Fine, thanks.
- En met jou?And you?
- Ik heet …My name is …
- aangenaamnice to meet you
2Grammatica: Ik, jij, u … en het werkwoord ‘zijn’
Gebruik ‘jij’ (of ‘je’) bij vrienden, familie, kinderen en collega’s die je goed kent.
Gebruik ‘u’ bij volwassenen die je niet kent, bij de dokter, de gemeente of in een winkel.
Het werkwoord ‘zijn’ (to be) is onregelmatig. Leer het uit je hoofd.
| persoon | zijn |
|---|---|
| ik | ben |
| jij / je | bent |
| u | bent |
| hij / zij / het | is |
| wij / we | zijn |
| jullie | zijn |
| zij / ze | zijn |
- Ik ben Sara.
- Bent u mevrouw De Vries?
- Wij zijn nieuw in de klas.
3Lezen: Een bericht in de groepsapp
Hoi allemaal!
Ik ben Sara. Ik ben nieuw in de klas. Ik kom uit Spanje. Nu woon ik in Utrecht.
Tot morgen!
Groetjes, Sara
4Luisteren: Kennismaken op school
Kennismaken op school
Klik om het fragment te beluisteren
Je mag dit fragment nog 99 keer afspelen.
5Schrijven
Je bent nieuw in de klas. Schrijf een kort bericht in de groepsapp.
Schrijf over:
- groet iedereen
- zeg hoe je heet
- zeg gedag
0 woorden · 8–40 nodig
6Spreken
Opdracht 1
Het is negen uur ’s ochtends. Je ziet je buurman. Begroet hem en vraag hoe het gaat.
Opdracht 2
Je hebt een nieuwe collega. Stel jezelf voor.
Hoofdstuktoets · 10 vragen · 15 minuten
Haal 7 van 10 goed