KKlaarVoorNL

A0 → A1 · Hoofdstuk 7

Mijn dag

Je dag beschrijven met tijden, volgorde en scheidbare werkwoorden.

Na dit hoofdstuk

  • Ik kan vertellen wat ik op een dag doe.
  • Ik kan zeggen hoe vaak ik iets doe.
  • Ik kan een zin met een tijd beginnen.

1Woorden

  • opstaanto get up
  • ontbijtento have breakfast
  • werkento work
  • boodschappen doento do the groceries
  • kokento cook
  • opbellento call (someone)
  • naar bed gaanto go to bed
  • ’s ochtends / ’s middagsin the morning / in the afternoon
  • ’s avondsin the evening
  • altijd / vaakalways / often
  • soms / nooitsometimes / never
  • eerst / daarnafirst / then

2Grammatica: Scheidbare werkwoorden en inversie

Sommige werkwoorden hebben twee delen: opstaan, opbellen. Het eerste deel gaat naar het einde van de zin: Ik sta om zeven uur op.

Het werkwoord staat in een gewone zin altijd op plaats 2.

Begin je de zin met een tijd of plaats? Dan komt eerst het werkwoord en dan het onderwerp: ’s Ochtends drink ik koffie. Om zeven uur sta ik op.

12 (werkwoord)rest
Ikstaom zeven uur op.
Om zeven uurstaik op.
’s Avondskijkik tv.
Daarnabelik mijn moeder op.
  • Ik sta elke dag om zes uur op.
  • ’s Middags doe ik boodschappen.
  • Daarna bel ik mijn zus op.

3Lezen: Een dag van Kees

Kees is buschauffeur. Hij staat elke dag om vijf uur op. Eerst drinkt hij koffie. Om zes uur begint zijn werk. ’s Middags om twee uur is hij vrij. Dan doet hij boodschappen en kookt hij. ’s Avonds kijkt hij tv. Om tien uur gaat hij naar bed.
Vraag 1

Hoe laat staat Kees op?

Vraag 2

Wat doet Kees ’s middags?

Vraag 3

Wat voor werk doet Kees?

4Luisteren: Zaterdag bij Ama

Zaterdag bij Ama

Klik om het fragment te beluisteren

Je mag dit fragment nog 99 keer afspelen.

Vraag 1

Hoe laat staat Ama op zaterdag op?

Vraag 2

Wie belt Ama ’s middags op?

5Schrijven

Beschrijf een normale dag van jou.

Schrijf over:

  • wat je ’s ochtends doet
  • wat je ’s middags doet
  • wat je ’s avonds doet

0 woorden · 30–80 nodig

6Spreken

Opdracht 1

Vertel wat je op een normale werkdag of lesdag doet.

Opdracht 2

Wat doe je in het weekend? Noem twee dingen.

Hoofdstuktoets · 10 vragen · 15 minuten

Haal 7 van 10 goed

Start de toets