KKlaarVoorNL

A0 → A1 · Hoofdstuk 5

Eten en drinken

Iets bestellen, zeggen wat je lekker vindt en prijzen begrijpen.

Na dit hoofdstuk

  • Ik kan iets bestellen in een café.
  • Ik kan zeggen wat ik lekker vind.
  • Ik kan vragen wat iets kost.

1Woorden

  • het broodbread
  • de kaascheese
  • de melkmilk
  • de koffie / de theecoffee / tea
  • het waterwater
  • de groentevegetables
  • het fruit / de appelfruit / apple
  • lekkertasty, nice
  • Ik wil graag …I would like …
  • de rekeningthe bill
  • pinnento pay by card
  • Wat kost …?How much is …?

2Grammatica: De, het en een

Elk woord heeft ‘de’ of ‘het’: de kaas, het brood. Leer het lidwoord altijd samen met het woord.

Meervoud is altijd ‘de’: het brood → de broden.

‘Een’ gebruik je bij de- én het-woorden: een kaas, een brood.

‘Graag’ maakt een zin beleefd of zegt dat je iets leuk vindt: Ik wil graag een thee. Ik drink graag melk.

enkelvoudmeervoud
de appelde appels
de kaasde kazen
het broodde broden
het eide eieren
  • Ik wil graag een koffie met melk.
  • De kaas is lekker.
  • Wat kost het brood?

3Lezen: De kaart van Café De Hoek

Café De Hoek Koffie € 2,80 Thee € 2,50 Verse jus d’orange € 3,90 Tosti kaas € 4,50 Appeltaart € 3,75 Alleen vandaag: soep van de dag € 5,50
Vraag 1

Wat kost een tosti kaas?

Vraag 2

Wat is het goedkoopst?

Vraag 3

Wat kun je alleen vandaag bestellen?

4Luisteren: Bestellen in het café

Bestellen in het café

Klik om het fragment te beluisteren

Je mag dit fragment nog 99 keer afspelen.

Vraag 1

Wat bestelt de klant?

Vraag 2

Hoe betaalt de klant?

5Schrijven

Maak een boodschappenlijstje voor het weekend en schrijf in één zin wat je lekker vindt.

Schrijf over:

  • minstens vijf boodschappen
  • één zin: wat vind je lekker?

0 woorden · 12–50 nodig

6Spreken

Opdracht 1

Je zit in een café. Bestel iets te drinken en iets te eten.

Opdracht 2

Je bent in de winkel. Vraag wat de kaas kost.

Hoofdstuktoets · 10 vragen · 15 minuten

Haal 7 van 10 goed

Start de toets