Stap 2
A1 → A2 · Dagelijks leven
Wonen, winkelen, de huisarts, werk en instanties. Het niveau van het A2-inburgeringsexamen, met KNM.
Hoofdstukken
- 1Binnenkort
Wonen en huren
Een huis zoeken en problemen melden · Grammatica: Vergelijken: groter dan, het grootst
- 2Binnenkort
Boodschappen en geld
Winkelen, aanbiedingen, bonnetjes · Grammatica: Hoeveelheden en ‘er’
- 3Binnenkort
Vervoer en reizen
Trein, bus, fiets en de OV-chipkaart · Grammatica: Kunnen, moeten, willen, mogen
- 4Binnenkort
Bij de huisarts
Klachten, afspraken, de apotheek · Grammatica: Voltooide tijd met ‘hebben’
- 5Binnenkort
Werk zoeken
Vacatures, cv, sollicitatiegesprek · Grammatica: Voltooide tijd met ‘zijn’
- 6Binnenkort
School en kinderen
Basisschool, ouderavond, ziekmelden · Grammatica: Omdat en want
- 7Binnenkort
Vrije tijd
Sport, hobby’s en het weekend · Grammatica: Verleden tijd: was, had, ging
- 8Binnenkort
De gemeente en instanties
DigiD, brieven, formulieren · Grammatica: Formeel schrijven met ‘u’
- 9Binnenkort
Feesten en tradities
Koningsdag, Sinterklaas, verjaardagen · Grammatica: Wederkerende werkwoorden
- 10Binnenkort
Contact met buren
Afspraken, overlast, hulp vragen · Grammatica: Zullen en voorstellen doen
Afsluiting van stap 2